Elk vuur begint met een vonk, en Crown of Fire van Azman begint met peper — roze en chili, snel en prikkelend op de huid — terwijl laurier en veen als rook opstijgen. Dit is geen geur die om voorzichtige bewondering vraagt. Hij vraagt om ontmoet te worden.
Dan bedaart de vlam tot iets warmers, iets vreemders. Osmanthus gloeit als abrikoos die net iets te lang bij de kolen heeft gelegen, omhuld door goudsbloem, anjer en viooltje, verzacht door iris en een sliert tabaksrook. Een kruidige, zongerijpte warmte die Crown of Fire onmiskenbaar maakt.
En dan, de kroon zelf: oudh uit Koh Kong, donker en gezaghebbend, gedragen door wierook en Mysore sandelhout, met civet en castoreum die er onderin roeren — instinct, nauwelijks bedwongen. Dit is het deel dat blijft hangen. Gedurfd en rokerig, een geur die uren dichtbij blijft en zich nog laat voelen lang nadat je de kamer hebt verlaten.
Crown of Fire is niet voor iedereen, en doet ook geen moeite dat te verhullen. Deze geur is voor wie oudh in zijn meest eerlijke vorm zoekt: rokerig, kruidig, een beetje wild.
Laurierblad, Chili, Roze peper, Peer, Osmanthus, Goudsbloem, Anjer, Viooltjes, Iris, Tabak, Oudh, Wierook, Sandelhout, Civet, Castoreum










